Net op tijd…

We dachten dat het handig zou zijn om het eten al vroeg te bestellen. Lekker op tijd. 
Het was mijn vaders verjaardag en op de Ipad pronkte de nieuwste app van thuisbezorgd.nl (wat hàndig, kwetterde mijn moeder, alstie maar niet te veel ruimte inneemt, mompelde mijn vader).
Ze zijn in de zeventig, mijn ouders. En ik ontdek wat leeftijd met de flexibiliteit van je denken en handelen doet. Niettemin doen ze nog steeds hun best om aan te haken. En dus een maaltijd voor negen personen bestellen via de app bij de plaatselijke snackbar.

We vinkten de veggieburger, kipkluiven, döners en pita’s en friet aan. De kinderen zeiden dat ze honger hadden. Mijn moeder vulde de toastjes en de leverworst aan. 
“Stop ze nou niet zo vol, we gaan zo eten,” mopperde mijn vader.
“We willen chips” kondigden de kinderen aan, “oma, heb je chips?”
Wij namen nog een wijntje.Het zou een klein uurtje duren en dat was prima. Maar het kleine uurtje werd zo goed als twee uur. 

De chips was op, we wilden geen wijn meer en de zondagavond begon zich gestaag op te rollen richting de maandag. Mijn schoonzus keek op de klok.
“We zijn te laat voor de bezorgdienst,” zei ze, en ze appte haar buren met de vraag om de boodschappen vanavond op te vangen.  
Mijn broer belde de snackbar.
Het was druk. De kipkluiven waren nog niet ontdooid, er was iets met de bestelbrommer, het systeem deed het niet en het was nu nog drukker. 
Ik hoorde hem vragen: “En wie gaat daar dan wél over?”
De kinderen wilden nu een tosti en nog een paar kerstkransjes. Mijn moeder vulde het schaaltje aan. 
Het was nog een beetje vroeg voor kerst maar de kransjes kwamen precies op het goede moment. Dan toch nog maar een wijntje. 

Daarna ging de bel en kwam de bestelling binnen gerommeld.
Het bleek dat er geen friet was maar wel knoflooksaus. Het bakje van de sla was leeg en niemand kon beslissen of de kipdöner nou lamshoarma of kipkebab was. De vegaburger bleek een veggiepizza te zijn. 
“Ik heb geen menu gekregen,” zei mijn oudste kind. Hij keek neerslachtig naar zijn zeven kipkluifjes zonder friet, sla en broodje. Het hadden er ook nog eens tien moeten zijn.
Hij zei: “Tien. Hoe moeilijk is dat nou. Tien kipkluifjes, geen zeven.” 
Het was een avond vol verrassingen. 
“Hier bestellen we nooit meer,” zei mijn moeder opgewekt, “dat thuisbezorgd is niet zo’n goede zaak.”  Ik belde met de verantwoordelijke van de snackbar en gebruikte het woord pronto. Dat klonk lekker.  De pizza bleek verder wel ok te zijn en mijn vader was gelukkig met zijn kroost op zijn verjaardag en de döner in zijn snor.
“Kip of lam, allemaal hetzelfde” zei hij en hapte blijmoedig voort in het onbestemde vlees.

De friet kwam niet meer op tijd. We reden al naar huis en bespraken de dag.
De kinderen zeiden dat ze honger hadden. En dat ze bang waren dat onze familie nu op de zwarte lijst van de snackbar zou staan.  We draaiden de snelweg op en mijn moeder belde.
“Hij was hier!” riep ze, “met een heel grote zak met friet en frisdrank en kip en döner en kluifjes. En hij heeft zijn excuses aangeboden.” 
Op de achterbank klonk een zucht van opluchting.
Mijn man zwenkte de uitvoegstrook op om te kunnen keren. 
Net op tijd.

Reacties gesloten.